Veldschrift van de Nederlandse kust
Als het water
zich terugtrekt
Bij laagwater ligt er ineens een ander strand. Lees het ritme van de zee aan de hand van een getijlijn en kijk welke sporen op het zand blijven liggen.
Lees de getijlijnEb en vloed
Van hoog naar laag en terug
Volg de lijn van links naar rechts. Bij eb daalt het waterpeil. Na laagwater begint de vloed en stijgt het peil weer. Aan de Nederlandse kust zitten er gemiddeld ongeveer 12 uur en 25 minuten tussen twee opeenvolgende hoogwaters.
De precieze tijd en hoogte verschillen per plek. Wind en luchtdruk kunnen de werkelijke waterstand bovendien laten afwijken van de voorspelling.
Wat blijft liggen aan de vloedlijn?
- Ribbels in het zand
- Bij teruglopend water tekenen de ribbels zich af op de natte bodem. Ze vallen het best op als je er schuin overheen kijkt.
- Een rand van wier
- Los wier, stukjes hout en schelpen vormen soms samen een rafelige lijn. Het water kan bij het volgende tij een nieuwe lijn achterlaten.
- Geultjes in het slik
- Na hoogwater loopt water uit ondiepe delen via geulen terug. De kleinste vertakkingen zijn vaak pas zichtbaar als de plaat droogvalt.
Een veldnotitie in drie regels
- Schrijf op waar en hoe laat je keek, bijvoorbeeld vanaf een dijk of de strandopgang.
- Kies één vast punt en noteer of het water ernaartoe kruipt of ervan wegtrekt.
- Schets één spoor op het zand. Kijk bij een volgend bezoek op dezelfde plek wat er veranderd is.